Buitenspelen ziet er voor ieder kind, en dus ook elke volwassene anders uit. Soms betekent het rennen, klimmen of verstoppertje spelen, maar net zo goed kan het gaan om samen door de buurt struinen, een stukje fietsen of gezellig op een muurtje kletsen.
Om ervoor te zorgen dat we allemaal hetzelfde bedoelen wanneer we het over buitenspelen hebben, heeft het Mulier Instituut een brede, algemene definitie opgesteld:
Buitenspelen is al het spelen dat plaatsvindt in de buitenlucht. Spelen kan daarbij één of meer van de volgende vormen hebben:
actief: met fysieke activiteit;
vrij: ongestructureerd en zelfgestuurd;
natuurlijk: in de natuur of met natuurlijke elementen, zoals water;
avontuurlijk: spannend, onvoorspelbaar en met risico;
sociaal: met interactie met anderen.
Denk daarbij breed. Spelen kan plaatsvinden op formele én informele plekken. Formele plekken zijn speciaal ingericht met speelaanleidingen en voorzieningen. Informele plekken zijn juist de openbare plekken waar kinderen spelenderwijs bewegen, zoals stoepen, pleinen, grasvelden en rustige straten.
Wil je meer weten over hoe de definitie van buitenspelen is bepaald, lees dan hieronder het onderzoek van Mullier Instituut.